Historisch Archief Beltrum

Zoeken

Info Venderbosch

Vender-

bosch

Info

Vender-

bosch

Info Venderbosch

Gebouwd van 1967 t/m 1968

Kleine wagen bevrijdingsoptocht 1955

We bouwden altijd bij ons thuis op de deel, zo’n vier bouwers die in het laatste weekeinde hulp kregen van nog zo’n tien plakkers. Onze eerste versierde wagentjes maakten we midden jaren vijftig zoals iedereen dat in die tijd deed, op ons melkkarretje. Er werd gaas om- en overheen gespannen, bovenop een voorstelling gemaakt en rondom bloeiende heide in het gaas gestoken. We duelleerden vaak om het beste wagentje met de familie Smit-Nahuis. Het sprookje Sneeuwwitje was één van de eerste wagens. Later maakten we ook nog een creatie naar aanleiding van de nieuwe kleuterschool in het dorp.

 

Onze eerste grote wagen ging over het wereldkampioenschap wielrennen. De dahlia’s sprokkelden we tot in de verre omtrek bij elkaar. Dat was de taak van onze Wim, de kapper. Hij kreeg een duidelijke boodschap mee ten aanzien van het beschikbare budget. Een dahlia mocht maximaal één cent kosten. Wim heeft regelmatig flink over de prijs moeten onderhandelen. Het resultaat was er echter wel naar: een mooie, strak afgewerkte wagen. We dachten echt dat we de mooiste wagen hadden gemaakt en de eerste prijsbinnen hadden. Later bleek echter dat er een foutje in de krans zat die de wereldkampioen om de nek kreeg gehangen. De blaadjes liepen zowel links als rechts van boven naar beneden. Dan is het een dodenkrans in plaats van een winnaarskrans.
Het jaar daarop pakten we het allemaal wat grootser aan met de wagen getiteld Zonnige klanken. De creatie bestond uit een grote en een kleine wolk waarop kinderen op een harp speelden. Hoog boven de wolk hing een zon. We bouwden de wagen op de deel, waarbij de zon naar buiten stak. Het paste allemaal niet binnen. De laatste avond, terwijl we druk bezig waren met het plakken van de dahlia’s, barstte er een geweldig onweer los. Om te voorkomen dat alles nat zou worden, dekten we de boel wat provisorisch af. We konden echter niet voorkomen dat het gips weer vloeibaar werd en de bloemen er afvielen. Het was een drama. Met kunst en vliegwerk, de hele nacht doorwerken en de hulp van buurt, zwagers, neven, nichten en vrienden kregen we het echter nog weer goed en op tijd klaar. Pffff.
Met de wagen Zonnige klanken hadden we ook gelijk een primeur, de eerste wagen in Beltrum die niet werd voortgetrokken door een grote trekker, maar zelfrijdend was. We bouwden de corsowagen op en over een oude Ford Anglia. Om auto en constructie aan elkaar te krijgen moest er flink wat worden gelast. Op een avond kwam ik tijdens het lassen een paar handen tekort. Er was echter niemand in de buurt om me te helpen… behalve mijn moeder Marie. Zij wilde wel even assisteren. Tijdens het lassen viel er echter een druppel gloeiend ijzer naar beneden. De druppel liep langs haar panty’s in de klomp. Ik heb mijn moeder nog nooit zo hard horen schreeuwen. Uiteindelijk kwam alles op tijd klaar. Ik bestuurde de wagen, Theo Stoverink gaf mij via de Walkie Talkie aanwijzingen. Op weg naar Beltrum bleek de wagen te hoog te zijn, hij kon niet onder de stroomdraden door. Bij Fam. Bulteman ofwel Sonderen aan de Ruurloseweg, moest een van de zonnestralen al omgebogen worden om onder de draden door te kunnen. Bij Baks, vlak voor Beltrum, sloeg onze dahliazon tegen de stroomdraden. De vlammen sloegen er af. We zeiden niets, reden vlot door. Toen we echter terugreden naar huis stond er een lange ladder tegen de achtermuur. Er op stond elektricien Jan Wilderink de boel te herstellen.
Omdat het die dag zo warm was, had “de chauffeur” 2 flessen limonade bij zich, dat moest genoeg zijn, de optocht was goed, iedereen was enthousiast, geweldig. De limonade was op en ik had geweldige hoofdpijn, iets waar ik zelden last van had. Bij thuiskomst dook ik direct in bed. Pas maandagavond, 24 uur later, werd ik weer wakker. De kermis was inmiddels voorbij. Wat was er gebeurd? Simpel, we hadden niet aan de uitlaatgassen van de auto gedacht, die konden zich vrij onder de wagen bewegen, er was helemaal geen afvoer. En bij een beetje kwalm stond je in die tijd toch niet zo stil, ik was bijna vergiftigd.

 

Dit was tevens onze laatste wagen, ik spreek denk ik, voor iedereen als ik zeg, dat iedereen er met heel veel enthousiasme aan heeft gewerkt, en het een geweldig leuke periode was, dat we mooie dingen gemaakt hebben en er veel, heel veel plezier aan hebben beleefd. Al was alles heel primitief van opzet. We maakten de wagens met een relatief kleine groep, als een aantal mensen stoppen door trouwen of verhuizen, wordt het moeilijk om dit voort te zetten.


Theo Venderbosch