Historisch Archief Beltrum

Zoeken

Info Auste

Auste

.

Info

Info Auste

Gebouwd van 1961 t/m 1987

Hendrik Stoteler zat begin jaren zestig in het kermiscomité. Zeg Hendrik, alle buurtschappen werken mee aan de Beltrumse optocht. Alleen jouw buurtschap Auste (Avest) nog niet. Wordt dat niet eens tijd? Hendrik Stoteler kreeg tijdens één van de vergaderingen van het comité de boodschap mee: Auste kon absoluut niet achterblijven. Hendrik bracht het bij zijn kinderen onder de aandacht. Die voelden er wel wat voor. Vervolgens ging hij de buurt in. Ook de families Bennink, Starte, Geessink en Kok liepen warm voor de wagenbouw. Bij Kok zou de wagen kunnen worden gebouwd. Tijdens het corso van 1961 zou de groep Auste voor het eerst acte de presence geven. “Wij zijn eind juli pas begonnen”, vertelt Jan Kok. “Omdat ik eerst mijn cursus wilde afronden.”

 

Groepshistorie

Leuk, als buurtschap een corsowagen bouwen. De naobers gingen dan ook vol enthousiasme en voortvarend aan de slag. Mankracht en bouwmaterialen waren volop voorhanden, maar toen de bouw in de laatste fase kwam diende zich toch een ernstig probleem aan: er waren te weinig bloemen. Bloemist Balk uit Groenlo presenteerde de oplossing. Hij wist dat er bloemenveldjes stonden bij het Internaat in Harreveld en Borculo. Balk zocht contact met de eigenaren van de veldjes en vroeg of de wanhopige wagenbouwers van Auste deze kaal mochten plukken. Jan Kok: ‘De noodkreet van Balk sloeg aan en wij mochten er plukken.’ Bloemist Balk had het eerste jaar een stevige stem in de afwerking van de corsowagen ‘Hollands Glorie’. Om de houdbaarheid van de bloemen te vergroten, ontwikkelde Balk een constructie waarbij de bloemen met steel en al in een hooibed werden gedrukt. Door het hooi nat te maken, konden de bloemen water opnemen en bleven ze langer mooi. ‘Het werkte goed, maar was wel veel werk.’

 

De deelname aan het corso van 1961 was – qua saamhorigheid en gezelligheid – zo’n succes, dat de buurtschap de jaren erna besloot ook deel te nemen aan het bloemencorso. De eerste wagens (1961 t/m 1964) is de opbouw bij familie Kok in elkaar gezet. De wagen werd bij de familie Stoteler in elkaar gezet, omdat de complete wagens niet bij de famalie Kok over de weg konden en er bij Stoteler ook meer ruimte was voor het plakwerk. Van 1965 t/m 1974 zijn de wagens compleet bij de fam. Stoteler gebouwd omdat de wagens groter werden en ze niet meer door het smalle weggetje bij de familie Kok konden. Van 1975 t/m 1983 werd er gebouwd bij Starman in Auste en daarna van1984 t/m 1987 zijn de wagens bij Heutink aan de Horsterweg gebouwd.
Joop Bennink: ‘De groep groeide gestaag. We verkasten van onze boerderij naar die van de familie Stoteler omdat we daar meer ruimte hadden.’ De wagenbouwers van de buurtschap Auste onderhielden vanaf het begin nauwe banden met de bouwers van de familie Pierik. Ze adviseerden elkaar met bouwen en plakken, kochten samen bloemen en haalden deze ook samen op. Wie het eerste klaar was met plakken van de bloemen belde de ander op om te vragen of ze nog hulp konden gebruiken bij het plakken. Dan ging de hele groep bij de ander helpen plakken. Jan Kok vervolgt: “Door met de familie Pierik samen te werken, hebben wij in de eerste jaren aan onze bloemenvraag kunnen voldoen. Er werd ingekocht bij wagenbouwers uit Rekken en Lichtenvoorde. Van een Winterswijkse teler kregen we de maisgele dahlia’s. Bij een tekort aan bloemen gingen we zelfs naar Hillegom. Het was een unieke samenwerking in een tijd dat de wagenbouw werd omgeven door een zweem van geheimzinnigheid.” Toen later de Bloemencommissie werd ingesteld, investeerde Auste gelijk in een eigen bloemenveld met 1600 stekken en kon er ook geld worden verdiend door te gaan leveren aan andere corso’s. De bloemen stonden de eerste jaren bij Kok op het land en verhuisde later naar Fam. Starte.

 

De eerste jaren was het alleen maar houtplaat materiaal. Dieren werden eerst gemaakt met gaas en hooi en werd model gemaakt met gips. Later sneden we het uit in stuk schuim of PUR. De wagens waren van spaanderplaat, en om kosten te besparen, werden deze heel vaak het volgend jaar weer gebruikt. Dan moesten alle spijkers er weer uitgetrokken worden. Later werden de wagens gemaakt door een constructie van ijzerwerk, welke werd voorzien van gaas. Bij de eerste wagen werd de bloem met steel er aan in het gaas gestoken. Daarna werden de bloemen gespijkerd. Later ±1970 werd er al wat gelijmd.

 

In 1987 werd door de wagenbouwers van Auste de laatste wagen gebouwd. Met een 12e plaats namen ze afscheid van het corso. Frans Bennink: ‘De animo liep terug. Steeds meer bouwers hadden te weinig tijd, waarna de overblijvers de kar niet meer alleen konden trekken. We blikken echter terug op een mooie en vooral gezellige periode. Met als hoogtepunt een eerste plek in 1975’.

Anekdotes

Als we ’s avonds stonden te praten bij de wagen, nam vader Stoteler vaak een kijkje. Meestal zei hij dan: Aj praot doo het lech dan maor oet. Want praoten ku’j ok wal in het duuster.
#
Jan Kok ging altijd naar de kerk. Een keer stond hij achterin de kerk en had hij de hamer nog in de zak van de overal zitten.