Historisch Archief Beltrum

Zoek

Monumenten

Beltrum telt momenteel;

Monumentale gebouwen

De 2 rijksmonumenten zijn;

Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart kerk
Mariaplein 4,7156 MG Beltrum (Kadastraal H1769 Eibergen)
Rijksmonument nummer 509423

Functie     Hoofdcategorie               Subcategorie                    Functietype                       Is hoofdfunctie
Kerk          Religieuze gebouwen     Kerk en kerkonderdeel     oorspronkelijke functie     Ja
Bouwperioden
Start           Eind               Notitie                                                               Beschrijving
1846          1846               bouw filiaalkerk                                                 vervaardiging
1864          1864               uitbreiding door H.J. Wennekers                       verbouwing
1894          1894               toren/ommanteling schip door A. Tepe            verbouwing
1929          1929               wijziging schip/koor door G.A.P. de Kort          verbouwing

Functie     Hoofdcategorie               Subcategorie                    Functietype
Kerk          Religieuze gebouwen     Kerk en kerkonderdeel     oorspronkelijke functie 
Bouwperioden
Start      Eind     Notitie                                                          Beschrijving
1846     1846     bouw filiaalkerk                                            vervaardiging
1864     1864     uitbreiding door H.J. Wennekers                  verbouwing
1894     1894     toren/ommanteling schip door A. Tepe        verbouwing
1929     1929     wijziging schip/koor door G.A.P. de Kort      verbouwing

Functie:                   Kerk
Hoofdcategorie:     Religieuze gebouwen
Subcategorie:         Kerk en kerkonderdeel
Functietype:            oorspronkelijke functie
Is hoofdfunctie:      Ja

Bouwperioden
Start      Eind     Notitie       
1846     1846     bouw filiaalkerk  
1864     1864     uitbreiding door H.J. Wennekers  
1894     1894     toren/ommanteling schip door A. Tepe 
1929     1929     wijziging schip/koor door G.A.P. de Kort 

Inleiding
Rooms-Katholieke kerk ‘Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart’ van het type PSEUDOBASILIEK gelegen binnen de bebouwde kom van het kerkdorp Beltrum, aan de noordzijde van de Dorpsstraat op de hoek met het Mariaplein in de gemeente Berkelland. De kerk bevindt zich tussen twee beeldbepalende panden. Links van de kerk het gebouw van de H. Gerardus Majella Stichting en rechts de oorspronkelijke pastorie uit 1853. De huidige kerk is het resultaat van een vernieuwing en een uitbreiding van het eerste kerkgebouw, een filiaalkerk van de Calixtus-parochie van Groenlo uit 1846. In 1864 werd de filiaalkerk voorzien van een priesterkoor, stenen kolommen en (gestucte) gewelven door de architect H.J. Wennekers. Architect A. Tepe (1840-1920) ontwierp de toren en de ontmanteling van het schip in 1894. Binnen de buitenmuren, met behoud van de toren, is de kerk in 1929 vernieuwd en uitgebreid door de bouwkundig ingenieur G.A.P. de Kort. In het interieur heeft hij gebruik gemaakt van expressieve baksteenarchitectuur met decoratieve glas-in-loodramen van de kunstenaar Kocken uit Utrecht. De schilder F. Bach kreeg de opdracht schilderingen aan te brengen in het priesterkoor, waarna de schilder K.W. Wenzel uit Kevelaar de rest van de kerk heeft beschilderd. De pastorie komt niet in aanmerking voor bescherming vanwege het sterk aangetaste interieur.

 

Omschrijving
De r.-k. kerk, opgetrokken in rode baksteen in kruisverband, bestaat uit een neogotische toren uit 1894, een driebeukige schip onder een zadeldak met transept en priesterkoor uit 1929. De profileringen van de delen door Tepe ontworpen zijn uitgevoerd in een felrode profielstenen, evenals de afdekking van de uitspringende plint van de toren en het schip. Dat deel daterend uit 1929 bezit een donkerrood trasraam met rollaag. Alle daken zijn gedekt met Leien in maasdekking. De houten bakgoot is gelegen op uitkragend metselwerk. De Lengte-as van de kerk is noord-zuid gericht met het koor op het noorden. Achter de toren bevindt zich het schip afgesloten door een zadeldak gedekt met leien in maasdekking. Op de kruising van het schip en het transept bevindt zich een open dakruiter met vierzijdige spits en kruis. De VOORGEVEL wordt gevormd door de centraal geplaatste toren met vierkante plattegrond met aan de linkerzijde een terug gelegen doopkapel met een in de hoek geplaatste traptoren. Aan de rechterzijde bevindt zich een terug gelegen catechismuskamer. De toren heeft vier geledingen, van elkaar gescheiden door een profielstenen waterslaglijst. De eerste geleding reikt tot de bovendorpel van de rechthoekige houten dubbele deuren met siersmeedwerk. De entree bevindt zich in het portaal dat onderdeel is van een door een spitsboogvenster bekroond spaarveld. Boven de bovendorpel bevindt zich een blind veld met vierdelige spitsboogtracering, waarboven het spitsboogvenster met drie bakstenen traceringen die overgaan in een fantasievolle tracering in baksteen. Centraal in de derde en vierde geleding bevindt zich een spitsboogvormig spaarveld met in de derde geleding een tripletvenster met een blind muurveld. In de vierde geleding bevindt zich het galmgat met de galmborden onderverdeeld door twee montanten die overgaan in een bakstenen vorktracering. Aan weerszijden van het centrale spaarveld bevindt zich in beide geledingen een hoge, smalle blindnis met rondboog respectievelijk spitsboog voorzien van een driepas. De gevels van de toren eindigen in een spitsboogfries met een ingesnoerde naaldspits aan vier zijden voorzien van een uurwerk. De vijfzijdige traptoren met spits bestaat uit drie geledingen voorzien van blinde spaarvelden met lichtspleten. De catechismuskamer en doopkapel zijn voorzien van met leien gedekte steunberen met een rond omlopende waterlijst onder de spitsboogvensters met bakstenen vorktracering. Aan de voorzijde bevindt zich links en rechts van de toren een dakluik met klein tentdak, evenals nokeinden afgesloten door een zinken piron. Architect De Kort heeft in 1929 de muuropeningen in de LINKERZIJGEVEL (westgevel) gewijzigd in brede gedrukte spitsboogvensters. De steunberen op de scheiding van de vensterassen zijn gehandhaafd. Vier montanten geven de glas-in-loodramen met geometrisch patroon een verticale indeling, drie loodlijnen zorgen voor de horizontale indeling. De topgevel van het transept eindigt in een klimmend getrapt, uitspringend muurwerk met in de geveltop een spitsboogvormig luik. Op de begane grond bevindt zich uiterts links en rechts een steunbeer waartussen twee regelmatig verdeelde vensters als in de schipzijde, met een figuratieve glas-in-loodvulling. In de zijgevels van het tweedelig koor bevinden zich tweemaal twee gekoppelde kleine spitsboogvensters. De blinde ACHTERGEVEL (noordgevel) van het koor en het uitgebouwde koor eindigen in een topgevel met klimmend, getrapt, uitspringend metselwerk met op de top respectievelijk een schoorsteenschacht en een kruis. Het blinde gevelvlak van het uitgebouwde koor is gevuld met een bakstenen kruis op een voetstuk. De RECHTERZIJGEVEL (oostgevel) kent dezelfde opbouw als de linkerzijgevel met onder de vensters platte uitbouwsels in gebruik als biechtruimten. Het zicht hierop wordt ontnomen door de pastorie en het tussenlid dat de kerk met pastorie verbindt. Het INTERIEUR geeft de kerk een meerwaarde vanwege de uitzonderlijk fraaie toepassing van baksteenarchitectuur door de bouwkundig ingenieur G.A.P. de Kort in combinatie met het schilderwerk van Bach en Wenzel, eveneens toegepast in de kerk te Mariënvelde uit 1932. In het interieur is gebruik gemaakt van schoon metselwerk, geglazuurde baksteen en glas-in-loodramen. De middenbeuk bestaat uit drie traveeën met een dubbel aantal traveeën in de zijbeuken. Op de scheiding van de midden- en zijbeuk bevinden zich twee gedrukte spitsvormige scheibogen ter plaatse van een kruisgewelf in het middenschip. Het spaarveld tussen de spitsbogen is beschilderd door de kunstenaar Wenzel. De dubbele traveeën worden gescheiden door gedrukte spitsboog gordelbogen overwelfd met een dwars spitsbooggewelf. Voor de spitsboogvormige gordelbogen is gebruik gemaakt van een donkerrode baksteen. Langs de spitsboogvormige gordel- en muraalbogen, bij de geboorte van de gewelven en bij de graatkruising is op een decoratieve wijze gebruik gemaakt van geglazuurde baksteen. De vensters beslaan een groot deel van de zijmuren. De overgebleven muurvlakken zijn wit gepleisterd. De kerkbanken en de tegelvloer zijn waarschijnlijk afkomstig uit de voormalige kerk uit 1864. In de transepten bevinden zich de figuratieve glas-in-loodramen van Kocken, in het schip zijn deze glas-in-loodramen ingevuld met een geometrisch patroon. Het tweedelige koor bestaat uit twee ondiepe traveeën. De koorzijde met verdiept koor is beschilderd door de kunstenaar Bach. Tenslotte zijn vermeldenswaardig de segmentboogvormige deuren met geometrisch glas-in-lood, het houtsnijwerk van een voormalige preekstoel hergebruikt voor het onderstel van het altaar. De doorgang naar de sacristie met gedrukte keperboog is qua vorm geïnspireerd op de Amsterdamse school. Het orgel van de gebr. Gradussen uit 1905 geplaatst tegen de noordwand van het westelijk transept is niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg. Een zwart, rood en groen marmeren hek in het koor uit 1929, onderdeel geweest van de oude communiebank. Fraaie banken in het schip, daterend nog van voor de vernieuwing van 1929 en mogelijk afkomstig van het atelier van Mengelberg. Een stenen doopvont met messing deksel, daterend van 1896. In hout gesneden beelden op panelen afkomstig uit de preekstoel uit 1917 nu gebruikt als ondersteuning van het altaar.

 

Waardering
Rooms-katholieke kerk van het type PSEUDOBASILIEK bestaande uit een toren van de architect A. TEPE uit 1894, interieur van het schip, transept en koor van de bouwkundig ingenieur DE KORT uit 1929 en schildering van BACH en WENZEL uit 1929-1932.
– Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een historisch gegroeide kerk waaraan meerdere landelijk bekende architecten een waardevolle bijdrage hebben geleverd. De neogotische toren als goed voorbeeld van het werk van de architect A. Tepe. De uitbreiding van G.A.P. de Kort met expressief, kleurrijk gebruik van baksteen en glas-in-lood.
– Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging van de rooms-katholieke kerk in een historische kern.
– Van cultuurhistorische waarde vanwege de kunsthistorische waarde van het interieur in samenhang met de architectuur. De zeldzame schilderingen van de landelijk opererende kunstschilders F. Bach en K.W. Wenzel, die beiden een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het interieur.

Bron: www.rijksmonumenten.nl

Hoeve met oprijlaan van eiken
Zwarteweg 5,7156 NM Beltrum (Kadastraal W21 Eibergen)
Rijksmonument nummer 14625

Functie     Hoofdcategorie                                   Subcategorie                    Functietype                       Is hoofdfunctie
–               Boerderijen, molens en bedrijven       Boerderij                           oorspronkelijke functie     Ja

Functie     Hoofdcategorie                                   Subcategorie                    Functietype               
–               Boerderijen, molens en bedrijven       Boerderij                           oorspronkelijke functie 

Functie:                   –
Hoofdcategorie:     Boerderijen, molens en bedrijven
Subcategorie:          Boerderij
Functietype:            oorspronkelijke functie
Is hoofdfunctie:      Ja

Hoeve uit 1806 met latere deel. In het dwars gebouwde voorhuis Empire-ramen en deuromlijsting met pilasters en hoofdgestel. Oprijlaan met eiken.

Bron: www.rijksmonumenten.nl

De 5 gemeentelijke monumenten zijn;

 Schuur, Grolseweg 23, Beltrum

Typering, historie en ligging
Deze ten noorden van de Grolseweg, nabij de kruising met de Klumpersweg, gesitueerde BIJSCHUUR is gelegen achter het niet monumentwaardige huis Grolseweg 23. De hoofdvorm van de schuur staat in de traditie van een reeds honderden jaren toegepaste bouwvorm, waarbij de voor verwering gevoelige, constructief gezien ondergeschikte buitenwanden vaak aan vernieuwing bloot staat. De gebintenstructuur zal dan ook niet jonger dan eind 19de eeuws zijn en mogelijk van aanzienlijk hogere ouderdom zijn.
Plattegrond en opbouw
De bijschuur is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en heeft een schilddak gedekt met gesmoorde muldenpannen. Het pand is deels opgetrokken in baksteen gemetseld in kruisverband en ten dele in hout uitgevoerd.
Voorgevel
De voorgevel heeft een asymmetrische indeling met een inspringende hoek. In het midden bevinden zich rechtafgesloten houten deuren. Aan weerszijden bevindt zich een halfrond beëindigd 7-ruits gietijzeren stalraam. Links hiervan bevinden zich in het uitspringende geveldeel twee kleine vensters met 3-ruits ramen en één klein venster met een 2-ruits raam. Rechts bevindt zich een smal bakstenen geveldeel met een door een segmentboog afgesloten gietijzeren stalraampje.
Linker zijgevel
Deze houten gevel is blind uitgevoerd.
Achtergevel
De vernieuwde bakstenen achtergevel bevat vier rechtgesloten tweeruits stalraampjes.
Rechter zijgevel
Deze bakstenen gevel is vernieuwd en bevat meerdere rechtgesloten staldeuren en 2-ruits stalramen.
Reden van plaatsing
Architectuurhistorische criteria:
• Een goed voorbeeld van de typologische en functionele ontwikkeling van het hallehuistype;
• Opvallend door de esthetische kwaliteiten op zich van de karakteristieke hoofdvorm.
Stedenbouwkundige criteria:
• Onderdeel van een historisch gegroeid landschappelijk gebied en speelt daarin een beeldbepalende rol.

Beschrijving: Gelders Genootschap (WC), beschreven op 23 april 1991

Bron: www.erfgoedberkelland.nl

R.K. pastorie, Meester Nelissenstraat 14a, Beltrum

Typering, historie en ligging
Voormalige PASTORIE van de eerste zelfstandige Parochiekerk van Beltrum, gebouwd in de vijftiger jaren van de 19de eeuw, naar het schijnt naar het model van de pastorie in Westervoort, met uitbreidingen in de jaren dertig van de 20ste eeuw. De pastorie is gelegen oostelijk vlak naast de kerk en daar middels een tussenlid mee verbonden.
Plattegrond en opbouw.
Het huis is oorspronkelijk opgebouwd op een rechthoekige plattegrond en bestaat uit een blokvormig pand van twee bouwlagen, afgedekt met een schilddak van gesmoorde Oudhollandse pannen met schoorstenen op de nokeinden. Tegen de voorgevel is een grote erker aangebouwd, terwijl aan de achterzijde een groot deel van de gevel door een uitbouw, deels over twee bouwlagen, in beslag wordt genomen. De in kruisverband opgemetselde gevels zijn voorzien van een gepleisterde plint en worden beëindigd met een gepleisterd fries en architraaf waarboven een waarschijnlijk niet-originele houten bakgoot op klossen. In fries en door architraaf been zijn aan de voorzijde horizontaal spleetvormige zoldervensters aanwezig met twee-ruits raam. De rechthoekige vensteropeningen worden afgesloten met een strek aan de bovenzijde en een hardstenen lekdorpels aan de onderzijde. De ramen zijn op de begane grond grotendeels vermaakt tot enkelruits (schuif)ramen (origineel zes-ruits), de verdiepingsvensters zijn merendeels nog vier-ruits schuiframen, 2x(1+1). Op de begane grond zijn de vensters voorzien van luiken, op de verdieping van persiennes.
De aanbouw is opgebouwd in halfsteensverband en voorzien van deels anderhalfsteens hoge rollagen ter hoogte van de lekdorpels van de begane grondvensters en boven de gevelopeningen (doorlopend onder de dakrand). De vensters zijn voorzien van luiken, de dubbele enkelruits draairamen zijn voorzien een bovenraam/-licht, middels een horizontale roede twee-ruits.
Voorgevel
De oorspronkelijk symmetrische voorgevel bezit drie vensterassen. De middenas met ingang heeft nieuwe invullingen gekregen. Links is een fraaie bakstenen erker aangebouwd met afgeschuinde, van vensters voorziene hoeken. De erker is voorzien van een gepleisterde punt en door lisenen omkaderde spaarvelden, via vijf uitmetselingen overgaand in de afsluitende rollaag met zinkafdekking. De vensters, driedelig vóór, enkel op de hoeken, zijn uitgevoerd als schuiframen met glas-in-lood bovenramen. Boven de vensters een rollaag, aan de onderzijde een hardstenen lekdorpel.
Linker zijgevel
De linker zijgevel, met de verbinding naar de kerk, is niet interessant.
Achtergevel
De achtergevel wordt grotendeels ingenomen door de met een groot overstek plat afgedekte aanbouwen: Rechthoekige gevelopeningen, afgesloten met rollaag.
Centraal geplaatst dakvenster met gekoppeld dubbel draairaam (twee-ruits).
Rechter zijgevel
De rechter zijgevel is voorzien van drie vensterassen. De iets lagere aanbouw bezit in het twee bouwlagen tellende deel een paneeldeur met ruiten en bovenlicht, waarboven twee verdiepingsvensters (enkel draairaam, twee-ruits middels hoger gelegen horizontale roede). In het lage deel drie vensters.
Reden van plaatsing
Architectuurhistorische criteria:
• Als midden 19de eeuwse PASTORIE van belang als goed voorbeeld van de functionele en typologische ontwikkeling van het pastoriegebouw;
• Opvallend door de esthetische kwaliteiten in hoofdvorm en uitwerking van het sober en strak opgezette gebouw.
Stedenbouwkundige criteria:
• Onderdeel van een historisch gegroeide kern en speelt daarin door de prominente ligging, naast de kerk, in het centrum van het dorp een beeldbepalende rol;
• Zeldzaamheidswaarde qua aanleg en relatie met de omgeving;
• Functionele ensemblewaarde met de naastgelegen kerk.
Cultuurhistorische criteria:
• Vanwege zijn (oorspronkelijke) bestemming, waardoor het een belangrijke plaats heeft ingenomen in bet religieuze en sociale leven van de dorpsbewoners;
• Vanwege zijn bestemming en verschijningsvorm, welke verbonden is met een religieuze en sociaal-historische ontwikkeling.

(beschrijving door Gelders Genootschap (WC), beschreven op 1 mei 1991)

Bron: www.erfgoedberkelland.nl

 Bijschuur, Ringweg bij 24, Beltrum

Typering, historie en ligging
Deze vrijstaande BIJSCHUUR is waarschijnlijk in het laatste kwart van de 19de eeuw gebouwd (mogelijk met gebruik van oudere gebinten) aan de Ringweg die zich even ten noorden van de Ruurloseweg bevindt. Tussen de schuur en de Ringweg bevinden zich een viertal monumentale bomen.
Plattegrond, opbouw en gevels:
De schuur heeft een rechthoekige plattegrond en is gedekt met een driezijdig schilddak met een overstekend wolfseind aan de ingangszijde. Aan deze zijde zijn ook windveren aangebracht. Het dak is belegd met rode Oudhollandse pannen. Het interieur van de schuur heeft eiken gebinten. De sporen zijn uit grenen gemaakt.
De linkerzijgevel en een klein rechthoekig gedeelte links in de voorgevel zijn in baksteen opgemetseld in een wild verband. In deze voorgevel bevinden zich in het stenen gedeelte twee en in de linkerzijgevel eveneens twee halfronde ijzeren stalramen met een V-vormige roedeverdeling. Het overige deel van de voorgevel is in hout uitgevoerd en heeft grote rechthoekige schuurdeuren. Ook de rechterzijgevel en de achtergevel zijn in hout uitgevoerd. In de achtergevel bevinden zich nog enkele dichtgezette raamopeningen.
Reden van plaatsing:
Architectuurhistorische criteria:
• De bijschuur is van belang als goed voorbeeld van de functionele en typologische ontwikkeling van dit type schuur met gedeeltelijk in hout uitgevoerde gevels.
Stedenbouwkundige criteria:
• De bijschuur is onderdeel van een historisch gegroeid landschappelijk gebied en speelt daarin door de ligging een beeldbepalende rol. De ligging direct aan de Ringweg in een lichte bocht maakt het object tot een bijzonder beeldbepalend element aan deze weg.

(beschrijving door Gelders Genootschap (WC), beschreven op 29 januari 1992)

Bron: www.erfgoedberkelland.nl

 Boerderij, Ringweg 25, Beltrum

Historie en ligging
BOERDERIJ, gelegen aan de noordzijde van de Ringweg buiten de bebouwde kom van Beltrum. De boerderij met H-vormige plattegrond is gebouwd in 1927 bestaande uit een hallehuis en een bijschuur van bet hallehuistype met elkaar verbonden door middel van een tussenlid. De aanleiding voor de (her)bouw is de verwoesting van de oude boerderij door de stormramp van 1 juni 1927 die over de Achterhoek trok.
Plattegrond en opbouw
De boerderij met H-vormige plattegrond bestaat uit een hallehuisboerderij met parallel gelegen bijschuur van bet hallehuistype beide afgesloten door een wolfdak gedekt met gesmoorde muldenpannen. Beide delen zijn met elkaar verbonden door middel van een tussenlid, afgesloten door een aan twee zijden aangekapt zadeldak gedekt met muldenpannen. Op de nok van bet hallehuis bevindt zich boven het voorhuis een vierkante, bakstenen schoorsteenschacht. Op de nok van de bijschuur bevinden zich twee niet oorspronkelijke bakstenen schoorsteenschachten. De boerderij bestaat uit één bouwlaag en een zolder. De gevels zijn opgetrokken in bruinrode baksteen in voornamelijk kruisverband afgewisseld met halfsteens verband. In de gevels van bet voorhuis bevinden zich voornamelijk schuiframen met een roedenverdeling (3×2)+2. De schuiframen worden aan de bovenzijde afgesloten door een strekse rollaag, aan de onderzijde door een bakstenen lekdorpel. Op de begane grond worden de schuiframen aan weerszijden geflankeerd door groen geschilderde houten luiken. In de gevels van de deel en de bijschuur bevinden zich voornamelijk ijzeren spinnenkopvensters en houten segmentvormige staldeuren. In de deel bevindt zich een onderschoer met dubbele deeldeur afgesloten door een liggende ellipsboog.
Voorgevel
De voorgevel bestaat uit de gevel van het voorhuis, het terug gelegen tussenlid en de bijschuur aan de zuidzijde. Op de begane grond van bet voorhuis bevinden zich van links naar rechts drie schuiframen aan weerszijden geflankeerd door luiken. Op de hoek, uiterst rechts, bevindt zich een portiek met één rondboogvormige doorgang in de voorgevel en twee identieke bogen in de rechterzijgevel van het voorhuis. Rechts in deze rechterzijgevel bevindt zich een deur met twee-ruits bovenlicht met aan weerszijden een schuifraam. In de afgewolfde geveltop van het voorhuis bevinden zich drie schuiframen met verdeling (3×2)+1.
In de gevel van het tussenlid bevindt zich een niet oorspronkelijke rechthoekige deur aan weerszijden geflankeerd door een niet oorspronkelijk enkelruits raam.
De gevel eindigt in een mastgoot met achterliggend opgaand schild van het zadeldak.
Op de begane grond van de gevel van de bijschuur bevindt zich in het midden een liggende ellipsvormige doorgang met een niet oorspronkelijke invulling. Aan weerszijden van de doorgang bevinden zich twee stalramen. In de afgewolfde geveltop bevindt zich een tweedelig opgeklampt segmentboogvormig hooiluik afgesloten door een segmentboogvormige rollaag. Aan weerszijden van bet hooiluik bevindt zich een spinnenkopvenster.
Linkerzijgevel:
Links in de zijgevel bevinden zich zeven regelmatig verdeelde, rechthoekige stalramen afgesloten door een rollaag. In de zijgevel van bet voorhuis, opgetrokken in halfsteens verband, bevinden zich twee schuiframen met verdeling (3×2)+2 met daartussen een verkort schuifraam met verdeling (3×2)+1. Onder het hoog geplaatste raam van de opkamer bevindt zich een rechthoekig enkelruits kelderraam afgesloten door een rollaag.
Achtergevel:
De achtergevel bestaat uit de gevel van de bijschuur, het terug gelegen tussenlid en de deel met onderschoer. Op de begane grond van de gevel van de bijschuur bevindt zich in het midden een liggende ellipsvormige doorgang met niet oorspronkelijke invulling. Links van de doorgang bevindt zich een segmentboogvormig staldeur aan weerszijden geflankeerd door een stalraam. Rechts van de deur bevindt zich een identieke indeling waarvan één stalraam is vervangen door een staldeur. De indeling in de afgewolfde geveltop is identiek aan die aan de voorzijde van de schuur. Rechts van de bijschuur bevindt zich de terug gelegen gevel van het tussenlid. Tegen de gevel van het tussenlid bevindt zich de mestvaalt met in de zijgevels van de bijschuur en de deel een aantal segmentboogvormige staldeuren en -ramen. Op de begane grond van de symmetrische gevel van de deel bevindt zich in het midden een onderschoer met terug gelegen dubbele opgeklampte deeldeur. Links en rechts van de liggende ellipsboogvormige onderschoer bevindt zich een spinnenkopvenster. Links en rechts van de deeldeuren bevindt zich een segmentvormige staldeur aan weerszijden geflankeerd door een spinnenkopvenster. Aan de rechterzijde zijn de spinnenkopvensters vervangen door betonramen. In de afgewolfde geveltop bevindt zich een tweedelig segmentboogvormig hooiluik aan weerszijden geflankeerd door twee spinnenkopvensters.
Rechterzijgevel:
De rechterzijgevel is de zijgevel van de bijschuur met daarin zes onregelmatig verdeelde stalramen met daartussen twee dichtgemetselde staldeuren.
Interieur
In het interieur zijn nog enkele elementen bewaard gebleven zoals bijvoorbeeld de opkamer, een tegelvloer in de keuken en de driebeukige indeling van de deel met een afgetimmerde hilde.
Reden van plaatsing:
Architectuurhistorische waarde:
• het object is een goed en gaaf voorbeeld van een boerderij uit de jaren twintig van de 20ste eeuw met onderschoer, kenmerkend voor boerderijen uit de Achterhoek.
• het object bevat bijzondere onderdelen in bet interieur zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van een opkamer, een driebeukige indeling van de deel met afgetimmerde hilde.
Stedenbouwkundige waarde:
• het object is markant gelegen in bet buitengebied van Beltrum.
Cultuurhistorische waarde:
• het object is van belang vanwege zijn bestemming als boerderij, welke verbonden is met de agrarische ontwikkeling in het buitengebied van Beltrum.

(beschrijving door Gelders Genootschap (MB), opname 3 december 1996, beschreven op 5 februari 1998)

Bron: www.erfgoedberkelland.nl

 R.K. begraafplaats, Achterom bij 1a, Beltrum

Typering
Het betreft een in oorsprong uit het midden van de 19de eeuw daterende rooms-katholieke BEGRAAFPLAATS, onderdeel van de historische infrastructuur van de parochie van O.L.Vrouw-ten-Hemelopneming in Beltrum. De begraafplaats is sober aangelegd, overeenkomstig de gebruikelijke karakteristiek van een 19de-eeuwse dorpsbegraafplaats. Het ruimtelijke beeld wordt gekenmerkt door een symmetrische aanleg, met een rijkversierde ijzeren TOEGANGSPOORT, een tussen vier monumentale linden geplaatst CALVARIEKRUIS met pastoorsgraven, en in rijen gelegen grafreeksen waaronder enkele bijzondere GRAVEN.
Nb: De bescherming omvat het oorspronkelijke gedeelte van de begraafplaats, de aanleg en enkele hieronder beschreven objecten.

Historie en ligging
De r.k. begraafplaats bevindt zich ten noorden van de kerk van O.L.Vrouw-ten-Hemelopneming, die gelegen is aan het Mariaplein in de kern van Beltrum. De begraafplaats is gelegen aan de Achterom, een klein straatje aan de achterkant van de kerk. Hier grenst de begraafplaats aan de oostzijde aan de Meester Nelissenstraat, één van de uitvalswegen die vanuit Beltrum naar het buitengebied leiden. Aan de voorzijde wordt het terrein voorafgegaan door een dwarsliggend pad met hoogopgaand geboomte en een hertenkamp.

Met de benoeming in maart 1853 van Joh.B. van Oij (1813-1886) als eerste parochieherder, was de zelfstandige parochie van O.L.Vrouw-ten-Hemelopneming te Beltrum een feit, maar pas twee jaar later is de oprichting bisschoppelijk bevestigd. De parochie was een afsplitsing van de aan de H. Calixtus toegewijde moederparochie in Groenlo, en vormde tot aan die tijd een statie van deze parochie. Sinds 1847 maakte men te Beltrum gebruik van een nieuw eigen kerkgebouw. Deze zogeheten waterstaatskerk werd in 1862 vergroot, en zou in 1894 worden verbouwd door de vermaarde Utrechtse kerkenbouwer A. Tepe. Hij schiep de vrij ranke neogotische toren, nog steeds een van de belangrijkste herkenningspunten in de kern van Beltrum. In 1929-1930 is het kerkgebouw uitgebreid en ontstond het huidige schip met transept. Ditmaal leverde architect G.A.P. de Kort het ontwerp.
Pastoor Van Oij liet achter de kerk een parochiële begraafplaats aanleggen. Zoals nog altijd blijkt uit het herdenkingsmonument dat tegenwoordig achteraan op het (later uitgebreide) terrein is te vinden, gebeurde dit meteen in 1853. Op een plaquette is te lezen dat dit monument dient ‘ter nagedachtenis aan onze overledenen sedert 1853’. Tot aan die tijd werden de Beltrumse gelovigen begraven in Groenlo. Ene Henricus te Vogt, overleden op 25 februari 1853, was de laatste die in de registers van Groenlo werd opgenomen. De ruim een maand oude Gerardus Sonderen, overleden op 20 april 1853, was de eerste die te Beltrum werd genoteerd. Net als de kerk ligt de begraafplaats op een perceel dat bekend staat als de Beltrumse Esch. De begraafplaats is er aangelegd op de gronden die eerder tot het Niënhuis (buurtschap Lintvelde) behoorden. Door huwelijk (1824) en vererving was de bekende Beltrumse familie Harbers eigenaar van dit goed geworden, waarna de grond in 1853 ter beschikking kwam voor de aanleg van een begraafplaats. Nog steeds is hier het imposante grafmonument van de familie Harbers te vinden. Het kerkhof is bijvoorbeeld te zien op historisch kaartmateriaal uit 1886 en 1901, toen de directe omgeving nog werd bepaald door een landelijk karakter met slechts her en der verspreide bebouwing. De ligging buiten de bebouwde kom sloot aan bij de vroeg 19de-eeuwse overheidsbepalingen om de doden niet meer in of direct rondom een kerk te begraven. Hygiënische motieven waren hiervan de reden. Zoals ook elders kan worden gezien, raakte de begraafplaats van Beltrum op den duur evenwel ingekapseld binnen latere bebouwingsgolven.
In de loop van de tijd is het terrein enkele keren uitgebreid. Zo is op de kaart van 1955 zichtbaar dat de begraafplaats inmiddels naar het noorden toe is uitgebreid. Daardoor kwam het oorspronkelijk langs de achterzijde van het terrein gelegen Calvariekruis meer in het midden te liggen. Uitgaande van enkele op het jongere gedeelte aangetroffen graven, gebeurde de vergroting zo rond 1940. Later is het terrein bovendien naar het westen uitgebreid, waardoor de huidige L-vormige plattegrond ontstond.
Op het terrein zijn enkele markante elementen te onderscheiden. Zo valt allereerst de monumentale toegangspoort op, als onderdeel van een uit taxushagen bestaande omheining. Overigens zal de oorspronkelijke omheining uit een beukenhaag hebben bestaan, zoals gedeeltelijk langs het terrein nog steeds is te zien (westzijde). Beukenhagen vormden de gebruikelijke omheining van een eenvoudige dorpsbegraafplaats. Uitgaande van de historiserende trant waarin de toegangspoort is uitgevoerd, dateert dit hekwerk uit omstreeks 1885-1890. De poort is uitgevoerd in rijkbewerkt smeed- en gietijzer, als een fraai staaltje van ambachtelijk vakmanschap. Karakteristiek zijn vooral de neogotisch geïnspireerde krulmotieven en getordeerde spijlen. De draaihekken zijn gevat tussen gietijzeren sierposten in de vorm van kandelaberzuiltjes die worden bekroond door pijnappels. De pijnappel vormt het symbool van wijsheid en volmaaktheid. Opvallend is dat er verder geen symbolische motieven voorkomen, en evenmin is een topkruis aangebracht. De poort is onlangs gerestaureerd, waarbij aan weerskanten een neogotisch sierhek is toegevoegd. Deze hekken zijn afkomstig van de vroegere omheining van het voorterrein van de nabijgegelegen kerk, waar in 1937 een Maria-monument werd geplaatst. De hekken zijn evenwel ouder dan dit monument en zijn vermoedelijk tegelijk met de verbouwing van het kerkgebouw door architect Tepe in 1894 ontworpen. In de as van de toegangspoort staat het Calvariekruis, een gebruikelijk onderdeel van een r.k. begraafplaats. Kruis en corpus bestaan uit ijzer. Zoals blijkt uit een aan de onderzijde aangebracht tekstpaneel is het kruis ‘geplant’ ter herinnering aan een in 1852 gehouden missie (parochie-retraite). Het corpus zal uit deze periode dateren, maar het kruis zelf is vermoedelijk een latere (historische) vernieuwing.
Verder vallen enkele kunst- en cultuurhistorisch waardevolle graven op. Het gaat dan om de pastoorsgraven –waaronder het graf van pastoor Van Oij– en de graven van de families Harbers en Hassink. Zoals gezegd was het de familie Harbers die de grond schonk voor de aanleg van het kerkhof. De familie Hassink is nauw verbonden met de vroegere H. Gerardus Majella Stichting (zieken- en bejaardenzorg) naast de kerk, die middels een legaat van Johanna Wilhelmina Hassink tot stand kwam (het latere bejaardencentrum De Hassinkhof). Uiteraard zijn er veel personen begraven die het verhaal vertellen van de historie van Beltrum en omstreken. De uit Boxmeer afkomstige Zusters van Julie Postel die de Gerardus Majella Stichting bedienden zijn enige tijd geleden herbegraven in een nieuw graf op het naoorlogse terreingedeelte.
Een andere bekende persoon is L.H. Nelissen, directeur van de Landbouwschool en in de vijftiger jaren betrokken bij de ruilverkaveling. De langs de begraafplaats gelegen Meester Nelissenstraat is naar hem vernoemd. Eén oorlogsgraf is er te vinden, van J.H.B. ten Barge die in maart 1945 als verzetsstrijder is gefusilleerd.
Helemaal achteraan op de begraafplaats is het herdenkingsmonument herplaatst, dat de stichting van het kerkhof in 1853 memoreert. Oorspronkelijk stond dit op het oudste deel van het terrein.

Beschrijving van de beschermwaardige onderdelen
Terrein
Het te beschermen deel van de begraafplaats omvat het oudste gedeelte. Dat is het rechthoekige gedeelte dat vanaf de Achterom reikt tot net achter de vier linden met het daartussen geplaatste
Calvariekruis. Langs de oostzijde wordt het terrein begrensd door de Meester Nelissenstraat. Van belang is hier de sobere aanleg, zoals karakteristiek voor een dorpsbegraafplaats. Het gaat dan om de symmetrische opzet met een op het Calvariekruis gericht middenpad en haaks hierop gelegen grafstroken, waarbij de graven per strook ruggelings zijn geplaatst.
Toegangspoort met sierhekken
De toegangspoort ligt aan de voorzijde (zuidkant) van de begraafplaats. Hier maakt de poort deel uit van de grotendeels uit hagen bestaande terreinomheining. Aan weerskanten is de poort bij de recente restauratie ingeklemd tussen (eveneens beschermwaardige) smeedijzeren sierhekken die afkomstig zijn van het voorterrein van de nabijgelegen kerk en pastorie. Deze hekken zijn voorzien van sobere siermotieven. De toegangspoort bestaat in het midden uit een voor begrafenisstoeten bestemd dubbel draaihek, geflankeerd door telkens één draaihek dat bedoeld is voor de dagelijkse toegang. De draaihekken bestaan uit rijkbewerkt smeedijzer. De sierposten zijn in gietijzer uitgevoerd. Hiervan worden de middelste posten gevormd door ranke kandelaberzuiltjes op veelhoekige sokkels en met een gecanneleerde schacht en een bekronende pijnappel. De op de hoeken gelegen posten zijn minder hoog doorgestoken en opgezet zonder een sokkel. Ook deze posten worden bekroond door een pijnappel. De draaihekken bestaan uit getordeerde spijlen die met elkaar worden verbonden door horizontale en golvende regels. De gebogen regels vormen de bovenzijde van de hekken en zijn gecombineerd met neogotische krulmotieven en spiesvormen. Langs de middelste hekken loopt langs de onderzijde een dubbele regel met decoratieve kruisvormen. Deze hekken zijn in het midden en opzij gecombineerd met forse krulvormen en gedraaide kegelmotieven. Een uit gebakken klinkers bestaande dorpel markeert de onderzijde van de poort.
Calvariekruis
Dit crucifix bestaat uit een eenvoudig ijzeren kruis, waartegen een gietijzeren corpus is aangebracht. Aan de onderzijde bevindt zich een gietijzeren schedel met gekruiste beenderen (verwijzing naar Adam). Bovenaan een niet oorspronkelijke titulus (INRI). Het crucifix is geplaatst op een in baksteen vernieuwd ‘bergje’ in een konische vorm. Daartegen is een ijzeren tekstplaat herplaatst:
HET IS EENE HEILIGE EN HEILZAME/ GEDACHTE VOOR DE OVERLEDENEN TE/ BIDDEN OPDAT ZIJ VAN HUNNE ZONDEN/ ONTSLAGEN WORDEN. II MACH. X, II 46/ DIT KRUIS IS GEPLANT TER HERINNERING/ AAN DE H. MISSIE GEHOUDEN IN 1852/ DEN 26 JUNII/.
De plaat heeft gezwenkte randen.
Vijf pastoorsgraven
Langs de voorzijde van het Calvariekruis bevinden zich vijf naast elkaar gelegen pastoorsgraven. Ze zijn eenvoudig uitgevoerd, in de vorm van liggende zerken. In het midden het oudste graf (grafnr. 3). Dit is deelsvernieuwd, maar behield de oorspronkelijke hardstenen tekstplaten. Ze zijn opgenomen in een veld van (niet oorspronkelijke) leisteenbeplating, binnen hardstenen randen. Op de twee tekstplaten staat in verheven liggend schrift vermeld:
BID VOOR DE ZIEL/ VAN ZALIGER/ DEN ZEER EERW.HEER/ J.B. VAN OIJ/ GEB. TE GENDRINGEN/ 10 OCT. 1813/ OVERL. DEN/ 9 MAART 1886/ (linker plaat); SEDERT 1853/ WAS Z.E.W./ DE EERSTE HERDER/ DEZER PAROCHIE/ DE DANKBARE/ GEMEENTENAREN/.
Links daarvan grafnr. 2. Hier gaat het om een hardstenen zerk met bovenaan een witmarmeren reliëf met kelkmotief. De tekstspiegel is licht verzonken, met in de bovenhoeken een sierzwikje, en verheven liggend schrift:
HIER RUST IN CHRISTUS/ DE ZEEREERW. HEER/ JOHANNES HERMANUS LEEMKOEL/ PASTOOR VAN BELTRUM/ GEB. TE HARLINGEN 10 JULI 1861/ OVERL. TE GROENLO 1 JAN. 1916/.
Uiterst links grafnr. 1. Dit grafteken bestaat uit een hardstenen zerk met verheven liggende bronzen (of messing?) belettering:
IN MEMORIAM/ WILHELMUS JOHANNES/ TEMPELMAN/ PASTOOR TE BELTRUM/ VAN 15 JAN. 1959 – 2 SEPT. 1962/ (enkele letters ontbreken).
Bovenaan is een bronzen kelkmotief aangebracht.
Rechts van het midden grafnr. 4, bestaande uit een hardstenen zerk met bovenaan een witmarmeren kelkmotief. De licht verzonken tekstspiegel bevat een verheven liggende belettering:
HIER RUST IN CHRISTUS/ DE ZEEREERW. HEER/ HENRICUS FRANCISCUS/ VAN DER HORST/ PASTOOR VAN BELTRUM/ GEB. TE COTHEN 5 OCT. 1874/ OVERL. TE BELTRUM 17 FEBR. 1943/.
Uiterst rechts grafnr. 5. Dit graf bestaat uit een hardstenen zerk met bovenaan een licht verzonken tekstspiegel met verheven liggend schrift en bovenaan een kelkmotief. De spiegel heeft een drielobbige bovenzijde. De tekst vermeld:
IN PACE/ WILHELMUS GERARDUS/ JOSEPHUS DE HAER/ RECTOR VAN HET ST. ELISABETHSGASTHUIS/ TE ARNHEM/ GEB. TE ZWOLLE 14 NOVEMBER 1868/ OVERL. TE BELTRUM 28 OCTOBER 1947/.
(Nb: het St. Elisabethsgasthuis in Arnhem was het r.k. ziekenhuis in deze stad. De Haer was hier de geestelijke verzorger).

Nb: Omwille van de cultuurhistorische waarde én omwille van hun ouderdom zijn alleen deze vijf pastoorsgraven geselecteerd.

Grafmonument familie Harbers
Dit graf bevindt zich ten zuidwesten van de pastoorsgraven en draagt het grafnr. 48. Het grafperk ligt verhoogd ten opzichte van het terreinniveau en wordt omgeven door lage bakstenen keermuren met een rollaag en ijzeren banden. Het perk is ingevuld met grindslag. Achteraan staat een hardstenen grafteken dat is uitgevoerd als een sarcofaag in een kruisvorm en met schuine zijden. Aan de voorzijde draagt de sarcofaag de tekst
IN PACE/.
De sarcofaag reikt tot aan een hardstenen stèle met randen in silhouetvorm, en bekroond door een kruis met drielobbige balkeinden. Op de kruising van de balken is een witmarmeren reliëf aangebracht, met het Christusmonogram en het Alpha en Omega-teken. Middenop de een witmarmeren plaat met in verheven belettering:
FAMILIE HARBERS/.
Op beide reliëfs is de belettering in zwart opgehoogd. Aan de achterzijde wordt de stèle ondersteund door een ijzeren schoor. Het graf draagt links aan de voorzijde een inscriptie met leveranciersvermelding:
H.A. EUWENS/ NIJM./.
Later is vooraan op het grafperk een grafteken geplaatst in de vorm van een opengeslagen boek in kalksteen, met daarop de namen van de vanaf 1895 hier bijgezette personen. De belettering is in verheven schrift, opgehoogd in zwart.
Grafmonument Hassink
Graf ten zuidoosten van de pastoorsgraven, deel uitmakende van een grafreeks. Dit graf draagt het grafnr. 95. Het grafperk wordt omkaderd door hardstenen banden en is voorzien van (vernieuwd) grindslag. Aan de achterzijde van het perk een hardstenen stèle met op de sokkel een inscriptie: R.I.P./. Tegen de stèle een witmarmeren tekstplaat met spitsboog:
HIER/ RUSTEN/ IN DEN HEER/ JOANNA WILH.A/ HASSINK/ † 27 JUNI 1907/ MARIA H.J. HASSINK/ † 19 MAART 1940/.
De stèle wordt bekroond door een kruis met inscriptie:
IN HET KRUIS IS HEIL/.
Herdenkingsmonument 1853
Weliswaar staat dit object niet meer op de oorspronkelijke plek en is het herplaatst op het jongere terreingedeelte, maar het betreft hier een voor de historie van de begraafplaats waardevol element.
Dit herdenkingsmonument staat in de as van de toegangspoort en het Calvariekruis, geheel achteraan op het terrein. Het bestaat uit een piloon die vermoedelijk een bakstenen kern bevat, met een gepleisterde afwerking. De piloon wordt gedragen door een sokkel met aan de voorzijde een reliëf met de symbolen van Geloof, Hoop en Liefde. Op de piloon bevat een spitsboognis een (vernieuwde) grijsgranieten tekstplaat:
TER/ NAGEDACHTENIS/ AAN ONZE/ OVERLEDENEN/ SEDERT/ 1853/.
Het jaartal ligt ingeklemd tussen twee gegraveerde palmtakken. Bovenaan op de plaat een zonnemotief met wolken. Decoratieve zwikken omklemmen de spitsboog van de nis. Een afzaat in de vorm van een ezelsrug en met siermotieven wordt bekroond door een topkruis.
Groenelementen
Van de historische beplanting resteren vier zware linden op de hoeken van het plateau waar zich het Calvariekruis en de pastoorsgraven bevinden. Van belang zijn verder de drie zware bomen die zich langs de voorzijde van de begraafplaats bevinden. Vermoedelijk gaat het ook hier om linden. Van belang is bovendien het restant van de beukenhaag die de begraafplaats oorspronkelijk geheel moet hebben omsloten. Het restant bevindt zich langs de westzijde van het beschermwaardige terreingedeelte.
Reden van plaatsing
Architectuur- en kunsthistorische waarden :
Het oorspronkelijke gedeelte van de rooms-katholieke begraafplaats aan de Achterom z.n. in Beltrum heeft architectuur- en kunsthistorische waarde als een in zijn aanleg en opzet overwegend gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een eenvoudige dorpsbegraafplaats uit het midden van de 19de eeuw. Weliswaar is het terrein in de loop van de tijd enkele keren uitgebreid en is een groot aantal van de oude graven geruimd, maar de historische aanleg met een middenpad en haaks hierop gelegen grafreeksen is op een heldere wijze zichtbaar gebleven. Ook de voor een dergelijke begraafplaats karakteristieke opzet met een Calvariekruis en aan de voet daarvan gelegen pastoorsgraven bleef behouden. Zowel dit van een gietijzeren corpus, een doodshoofd met knekels en een tekstpaneel voorziene crucifix, als de vijf hierboven beschreven pastoorsgraven, het grafmonument van de familie Harbers, het grafmonument van Hassink, en het herdenkingsmonument 1853 vertegenwoordigen kunsthistorische waarde en zijn karakteristiek voor de historisch-funeraire cultuur uit de 19de en vroege 20ste eeuw. Van kunsthistorisch belang is bovendien de uit omstreeks 1885-1890 daterende toegangspoort, met de aan weerskanten daarvan herplaatste (vermoedelijk laat 19de-eeuwse) kerkhekken. Als voorbeeld van een dergelijke rijkbewerkte kerkhofpoort vertegenwoordigt dit object in de gemeente Berkelland zeldzaamheidswaarde.

Landschappelijke / stedenbouwkundige waarden :
Het hier bedoelde deel van de begraafplaats is door zijn opzet en aanleg van beeldbepalend belang voor zijn directe omgeving. Tezamen met de hierboven genoemde beschermwaardige elementen, waaronder ook enkele markante groenelementen vormt het oudste deel van de begraafplaats een markant en waardevol ensemble, dat zich op een harmonieuze voegt naar zijn omgeving. Het hoge geboomte op en langs de begraafplaats neemt al op grote afstand een in het oog vallende positie in. De landschappelijke en situationele waarde wordt versterkt doordat de begraafplaats tegelijk met de nabijgelegen kerk van O.L.Vrouw-ten-Hemelopneming (rijksmonument) en de bijbehorende pastorie deel uitmaakt van een zogeheten ‘katholiek eiland’ in de kern van Beltrum, dat van wezenlijk belang is voor het ruimtelijke beeld van het dorp.

Cultuurhistorische waarden :
Bedoeld terreingedeelte vertegenwoordigt hoge cultuurhistorische waarde als een wezenlijk onderdeel van de historische infrastructuur van de rooms-katholieke gemeenschap in Beltrum. Als een zelfstandige parochie dateert de parochie van O.L.Vrouw-ten-Hemelopneming uit 1853-1855, en in dezelfde periode kwam het hier bedoelde deel van de begraafplaats tot stand. Nog steeds is in de kern van Beltrum de historische parochiebebouwing te vinden, waarvan behalve de begraafplaats ook de kerk met pastorie en de voormalige Gerardus Majella Stichting deel uitmaken. Onderdelen zoals het Calvariekruis en de toegangspoort weerspiegelen op een heldere manier de contemporaine ideeën over de opzet van een rooms-katholieke (dorps)begraafplaats, en hetzelfde geldt voor de symmetrische aanleg met een middenpad en rechte grafreeksen. Van cultuurhistorische waarde zijn enerzijds de pastoorsgraven en het herdenkingsmonument 1853 die het verhaal vertellen van de parochiegeschiedenis en markante geestelijken, en anderzijds de graftekens van de families Harbers en Hassink die in de historie van Beltrum een in het oog vallende rol speelden en belangrijke weldoeners van de parochie waren.

(beschrijving door MAB Nijmegen/drs. J.H.J. van Hest, datum beschrijving : 9 april 2013)

Bron: www.erfgoedberkelland.nl