Historisch Archief Beltrum

Zoeken

Wachterswoning 40 te Beltrum-Zieuwent

Wachterswoning_Spoorwegovergang
(foto Evert. Heusinkveld)

 Foto uit ± 1960 van het wachterswoning 40 Beltrum-Zieuwent (1880-1969)

Station Beltrum-Zieuwent

Beltrum-Zieuwent was een stopplaats aan de spoorlijn Zutphen – Gelsenkirchen-Bismarck. De stopplaats van Beltrum en Zieuwent was voor reizigers geopend van 1 mei 1892 tot 15 mei 1933.

De Spoorlijn Zutphen – Gelsenkirchen-Bismarck is de tussen 1877 en 1880 door de Nederlandsch-Westfaalsche Spoorweg-Maatschappij aangelegde spoorlijn die Zutphen via Winterswijk en Borken met Gelsenkirchen verbond. De lijn heeft aan Duitse kant het DB-lijnnummer 2236 onder beheer van DB Netze. Het baanvak Winterswijk – Borken is bekend onder de naam Borkense Baan.

Geschiedenis
Eind 19e eeuw kwam de textielindustrie op in de Achterhoek, en dan met name in Winterswijk. De roep om dit gebied aan te sluiten op het spoornet werd steeds groter. In 1872 werd de Nederlandsch-Westfaalsche Spoorweg-Maatschappij (NWS) opgericht en nog dat jaar, op 27 maart, kreeg het de concessie om de spoorlijn Zutphen – Winterswijk aan te leggen. Er werden projecties gemaakt voor de ligging van de spoorlijn, die van Zutphen, naar Vorden en Ruurlo naar Winterswijk liepen. Een twistpunt was nog een treinstation tussen Ruurlo en Winterswijk. De kortste ligging kende geen grote kern, maar vlakbij waren Groenlo en Lichtenvoorde gelegen. Beide plaatsen probeerden de spoorlijn langs hun plaats te laten leggen. Zo kocht Lichtenvoorde voor 50.000 gulden aan aandelen in de NWS en sprak de wens uit de spoorlijn en station aan de zuidzijde van het dorp te laten leggen. Groenlo zocht juist steun bij de aangrenzende gemeenten Eibergen, Neede en Borculo en kwam met een gezamenlijk alternatief plan waarbij de spoorlijn ook die plaatsen aan zou doen. Uiteindelijk besloot de NWS om het spoor de kortste route te laten nemen en werd het station tussen Groenlo en Lichtenvoorde ingepland, in het dorp Lievelde. Beide plaatsen werden nog middels een tramverbinding aangesloten op het station Lichtenvoorde-Groenlo. Groenlo in 1883 met de tramlijn Groenlo – Lievelde en Lichtenvoorde in 1908 met de tramlijn Lievelde – Zeddam. Eibergen en Neede werden later alsnog aan het spoornet verbonden door de Spoorlijn Winterswijk – Neede.

In 1873 had ondertussen de Bergisch-Märkische Eisenbahn Gesellschaft de concessie gekregen voor de spoorlijn Winterswijk – Gelsenkirchen, die aansluit op de Nederlandse lijn. In 1877 werd begonnen met de aanleg van het Nederlandse gedeelte. Uiteindelijk kwam een paar jaar later het spoor gereed. De lijn werd winstgevend door het vervoer van steenkolen uit het Ruhrgebied naar Nederland. Station Winterswijk werd een belangrijk doorvoerstation van kolen. In 1926 ging de exploitatie van de spoorlijn over naar de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij.

(foto www.archieven.nl)

Bouwtekening uit 1922 voor een verbouwing van de wachterswoning.

Op 18 juli 1878 reed aan de Kempsersweg de eerste trein, en wel van Zutphen naar Winterswijk. In augustus 1878 kwam hier T. Westerhuis als eerste seinwachter te wonen. Zijn taak was het dat hij de passerende weggebruikers er op attent maakte dat er aanstonds een trein aankwam. Dit geschiede bij daglicht met een bel en in het donker met een lantaarn. Deze functie is later opgeheven.

Teunis Riphagen was overwegwachter seinhuis bij de Nederlandse spoorwegen en daarnaast pakjes bezorger bij van Gend en Loos. Zijn standplaats was bij het station ‘halte’ Beltrum/Zieuwent. Halte nummer 40.
In 1892 werd het stationsgebouw voor reizigers geopend. In 1933 werd het weer gesloten. Er was een wachtruimte voor reizigers (abri) aanwezig.
In 1925 werd een goederen laad-losplaats aangelegd. Er werden dan wagons met kolen, kunstmest, graan etc. neergezet voor o.a. coöperatie (in de volksmond ‘de bond’ genoemd) zuivelfabriek, school en particuliere handelaren. Ook werd er z.g. kleingoed aangeleverd, pakketjes die door Dhr. Riphagen in de omgeving, o.a. in Beltrum, Zieuwent etc., werden bezorgd. Je kon ook pakketjes meegeven. Als Riphagen de pakjes bezorgde trad zijn vrouw op als overwegwachter. In 1955 werd ook het goederenstation (laad- en losplaats) gesloten.
Dhr. Riphagen reed met paard en wagen, een zeilwagen, zodat de pakjes en hij zelf niet nat werden. De zeilwagen was wit van kleur en ook zijn paard was een witte schimmel. Dit was in de oorlog (40-45) voor de Engelse jagers een niet te missen doelwit. Men had dhr. Riphagen al wel eens gewaarschuwd dat het gevaarlijk was om op deze manier op de weg te komen. Dhr. Riphagen was echter van mening dat het zo’n vaart niet liep.
Op 27 september 1944 zou hij zijn laatste rit doen. Helaas werd het zijn laatste rit.
In de voormiddag, rond elf uur, reed hij met paard en wagen huiswaarts vanuit Beltrum op de Zieuwentseweg, ter hoogte van boerderij Baks K30 – nu Ernst-Baks Zieuwentseweg 2 – net achter de schuur, waar een bosje was. Opeens verschenen er drie Engelse jagers in het luchtruim. Zij kregen de wagen van Dhr. Riphagen in het vizier, de middelste van drie dook naar beneden recht op de wagen af, en vuurde een riedel schoten af op paard en wagen. Dhr. Riphagen zag het waarschijnlijk aankomen en vluchtte in het bosje achter de schuur. Het paard was opslag dood. Dhr. Riphagen werd door een kogel in het bovenbeen/lies getroffen. Hij bloedde hevig. De eerste hulp werd verleend door zuster Euphemia, nadat hij door buren en omstanders op de deel van de familie Baks was gebracht. Daarna werd hij vervoerd naar het ziekenhuis in Winterswijk (Groenlo was gevorderd als lazaret voor de Duitsers) waar hij in de vroege ochtend van 28 september overleed. Op 2 oktober werd hij begraven op het algemeen kerkhof in Groenlo. Dhr. Teunis Riphagen overleed op de leeftijd van 64 jaar.

Familie Riphagen voor het stationsgebouw in het najaar van 1916 v.l.n.r.: Leenert, Tennis, Gerrit, Hendrik, Geertje met Dien op haar schoot en Alie.
Teunis Riphagen werd geboren op 22-09-1880 in Epe (Gelderland). Hij was gehuwd met Geertje Riphagen – Scholten. Geboren op 01-06-1879 in Oene (Gelderland). Zij overleed op 22-02-1960. Het echtpaar had 6 kinderen, 2 dochters en 4 zonen. Een van hun zoons, Arie Gerrit, geboren 02-11-1908 was gehuwd met Jaantje Riphagen – van Wijk, geboren in het Groningse Tolbert op 13-04-1907. In 2005 was zij als 98 jarige nog aanwezig bij de herdenking van 60 jaar bevrijding van Beltrum. Zij overleed op 13-08-2006.
Teunis Riphagen en Geertje Scholten zijn getrouwd op 19-09-1903.

De laatste bewoners waren de fam. H. Oriens-Schootman met hun kinderen. De heer H.G.W. Orriens is overleden op 19-09-1966. Toen de familie Orriens in 1968 naar een andere huisvesting aan de Avesterweg waren vertrokken, is dit huisje afgebroken.